Ze kunnen hun natuur ook niet helpen in categorie inzichten en observaties — 17/10/2009 18:15

MauseStadtNaast bedrijventerrein Minervum zagen we een grote hoeveelheid caravans door de bosjes schemeren. Het ziet er, in contrast met de Griekse nep tempels, interessant en rommelig uit. Via de Tilburgse weg rijden we het terreintje op, dat niet meer dan een strook restruimte is naast het bedrijventerrein Minervum, en wordt blijkbaar als parkeerplaats voor caravans gebruikt. Verderop horen we het geraas van de A27. De Blauwe Boggel komt tot stilstand bij een geel geverfde bouwkeet, in de deuropening verschijnt het hoofd van een oude vrouw. Even later komt ze enigzins argwanend op ons afgelopen met haar armen over elkaar. Ze draagt een windjack boven een spijkerbroek. De reflecterende snelwegjas van de expeditieleden wordt soms opgevat als de jas van de tegenpartij. ‘wij zijn op Snelwegsafari’, zegt Melle opgewekt. Het ronde gezicht van de vrouw, dat is omkranst met halflang slierterig roodgverfd haar, lijkt zich enigszins te ontspannen.

We stellen ons voor en leggen uit wat we aan het doen zijn. De oude vrouw heet mevrouw de Bruyn en zegt: ’Jullie mogen hier best rondkijken als je mij maar niet op de foto zet.’Haar stem klinkt hees en krakerig.
‘U woont hier leuk’, opper ik om het ijs wat te breken.
Dat lijkt zowaar iets los te maken bij mevrouw de Bruyn. Ze begon te vertellen over de harde juridische strijd die zij en haar man aan het voeren waren tegen de gemeente. ’Al dertig jaar voeren we strijd om een bouwvergunning te krijgen.’
De familie de Bruyn was vroeger kermis exploitant. ’Maar sinds de ziekte van mijn man verhuren en verkopen we caravans.’
Waarmee stonden jullie op de kermis?’
‘Met een muizenstad’.
Mevrouw de Bruyn wijst ons op een foto aan de wand. we zijn onder de indruk maar willen graag nog wat meer foto’s zien.
‘Als jullie wachten dan ga ik wel even wat foto’s halen.’

Mevrouw de Bruyn verlaat de bouwkeet om een eindje verderop in een woonwagen te verdwijnen. Als ze terug komt heeft ze een oude schoenendoos bij zich die ze omkiepert op een sta tafel.
‘Kijk dit was de stad, een schaalmodel van een Breda, mijn vader heeft hem ooit van een man overgenomen die de stad zelf had gemaakt. Later zijn deze molens er nog bijgevoegd.’
We kijken naar de foto van een kleurige maquette, bestaande uit een skyline van grachtenpandjes en huisjes die zo klein zijn dat er precies één muisje inpaste.
‘Missen jullie het niet, dat kermis bestaan?’
Mevrouw de Bruyn schiet in de lach. Voor het eerst bespeuren we iets van vrolijkheid bij haar.

‘We verkopen nu caravans maar als ik dan klanten hoor dat ze voor hun plezier naar zuid Frankrijk rijden, dan kan ik dat haast niet geloven. Mij krijgen ze echt niet meer de weg op.’ Wij kijken nog eens goed naar mevrouw de Bruyn en we weten wat ze bedoeld. We hebben het tussen de regels door gehoort. ‘Ik blijf hier’, had ze willen zeggen, ‘mij krijgen ze hier nooit meer weg.’

Later ontmoeten we nog meneer de Bruyn. Hij komt op ons afgelopen met een hondje aan zijn zijde. Het hondje heeft een nare ontstseking aan zijn oor. We weten niet wat voor ziekte meneer de Bruyn heeft gehad, maar zijn gezicht staat strak en uitdrukkingsloos en hij rook sterk naar alcohol.
We vertellen meneer de Bruyn dat we net de foto’s van zijn muizenstad hebben bekeken en dat we erg onder de indruk zijn. Ook meneer de Bruyn toont weinig nostalgie naar het kermis verleden. Als we aandringen vertelt hij er toch nog iets over.

‘Kijk in die container, daar zaten een stuk of duizend muizen van verschillende kleuren in, die hebben we zelf gefokt.’
‘Hoeveel muizen woonden er in de stad?’
‘Een stuk of vijfhonderd en dan ook nog een paar katten, ze waren aan elkaar gewend.’
‘En dat ging gewoon goed?’
‘Nou ja soms aten ze er per ongeluk wel eens muisje op, ze kunnen hun natuur ook niet helpen.’

Toen we in de Blauwe Boggel het terrein verlieten voelden we ons enigzins teneergeslagen. We hadden kennis gemaakt met een gebroken en teleurgestelde familie de Bruyn die eigenlijk niks meer van het leven leken te verwachten. Ze hadden zich ingegraven op hun terrein. De familie de Bruyn ging hier nooit meer weg, zoveel was wel duidelijk. BE

1 commentaar »

RSS feed for comments on this post. TrackBack URL

Geef commentaar

You must be logged in to post a comment.